*English translation below*
Op 25 september ontving het PRESERVARE-team archeoloog Jeroen Oosterbaan, docent aan Hogeschool Saxion en deeltijdpromovendus aan de Universiteit Leiden. In zijn lezing gaf hij ons een inkijkje in zijn fascinerende onderzoek naar tonnen uit de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd (1300-1800).
Tonnen werden, nadat ze jarenlang dienstgedaan hadden in het transport, in het verleden vaak hergebruikt als beschoeiing van water- of beerputten. Op deze wijze belanden ze diep in de grond en bleven zo eeuwenlang bewaard. Bij opgravingen worden deze tonnen regelmatig aangetroffen. Het hout is bewaard omdat dit onder grondwaterniveau beschermd lag tegen verwering door zuurstof en bacteriën. Maar alsnog is het opgraven van tonnen een kwetsbaar procedé waarbij het hout goed natgehouden en met plastic geseald dient te worden zodat het onbeschadigd naar de desbetreffende specialist vervoerd kan worden.
Het onderzoek van Jeroen is de eerste allesomvattende studie van de vele tonnen die de afgelopen decennia bij opgravingen geborgen zijn. Hij heeft tevens gebruik gemaakt van diverse historische bronnen, zoals gildearchieven, stadsarchieven, het archief van het College van de Grote Visserij, museumobjecten en iconografische bronnen. Hij heeft als het ware de archeologie gebruikt ter verificatie van de geschiedenis, met een focus op haring- en biervaten. Hierbij kwam naar voren dat biervaten per stad sterk konden verschillen qua grootte, terwijl haringvaten in Holland wel al helemaal gestandaardiseerd waren vanwege de strenge regels van het College van de Grote Visserij.
Jeroens presentatie leerde ons verder dat tonnen een cruciale rol speelden in het transporteren en conserveren van voedingsmiddelen – hij noemde ze zelfs de ‘zeecontainers van de oudheid’. Om de kwaliteit te waarborgen werden tonnen en hun inhoud streng gekeurd. Deze keurmerken, vaak nog zichtbaar als brandmerken op de tonnen, leveren archeologen een schat aan informatie op.
In samenwerking met WOODAN (een groep specialisten op het gebied van archeologisch hout) en met hulp van studenten van Saxion, is een prachtige, doorzoekbare online database gemaakt. Deze database helpt onderzoekers om de herkomst en het gebruik van tonnen verder te ontrafelen. Daarnaast kunnen de duigen van een opgegraven houten ton ons ook veel meer leren over de datering en herkomst van het hout aan de hand van jaarringenonderzoek. Zo schetste Jeroen de volledige levenscyclus van een ton: van het kappen van de eikenboom, via de ambachtelijke vervaardiging door vakmensen, het gebruik als container voor voedingsmiddelen, tot hun uiteindelijke secundaire gebruik (bijvoorbeeld als beschoeiing van waterputten en beerputten). Door archeologische en historische bronnen te combineren, schetst zijn onderzoek een levendig beeld van hoe tonnen vervaardigd werden, maar ook hoe zij functioneerden in het transport en de handel.
In het laatste deel van zijn lezing liet Jeroen zien dat tonnetjes en de merktekens daarop belangrijke aanwijzingen geven om gezonken schepen te identificeren. Dit benadrukt dat zulk onderzoek erg waardevol kan zijn voor maritieme archeologie. In het verleden lag de focus hierbij nog wel eens enkel op de luxe spulletjes binnen het schip en niet zozeer op de lading. Maar daar is nu wel verandering ingekomen.
Het was een inspirerende middag die ons weer laat zien hoe de combinatie van archeologische vondsten met geschreven bronnen nieuwe inzichten oplevert over ambacht en handel. En voor het PRESERVARE-team was het juist daarom een nuttige en interessante lezing om meer te leren over vroegmoderne grootschalige voedselconservering, opslag en transport.
Not just any wooden barrels
On 25 September, the PRESERVARE team hosted archaeologist Jeroen Oosterbaan, lecturer at Saxion University of Applied Sciences and part-time PhD candidate at Leiden University. In his lecture, he gave us an insight into his fascinating research into barrels from the Late Middle Ages and Early Modern period (1300-1800).
After years of service in transport, barrels were often reused in the past as revetments for water wells or cesspits. In this way, they ended up deep in the ground, where they were preserved for centuries. These barrels are regularly found during excavations. The wood has been preserved because it was protected from weathering by oxygen and bacteria below the groundwater level. Nevertheless, excavating barrels is a delicate process: the wood must be kept wet and sealed in plastic so that it can be transported undamaged to the relevant specialist.
Jeroen’s research is the first comprehensive study of the many barrels recovered during excavations in recent decades. He also made use of various historical sources, such as guild archives, city archives, the archives of the College van de Grote Visserij (the College of Great Fisheries), museum objects and iconographic sources. He has, as it were, used archaeology to verify history, with a focus on herring and beer barrels. This revealed that beer barrels could vary greatly in size from one city to another, while herring barrels in Holland were already completely standardised due to the strict regulations of the College of Great Fisheries.
Jeroen’s presentation also taught us that barrels played a crucial role in the transport and preservation of foodstuffs – he even called them the ‘sea containers of antiquity’. To guarantee quality, barrels and their contents were strictly inspected. These inspection marks, often still visible as brand marks on the barrels, provide archaeologists with a wealth of information.
In collaboration with WOODAN (a group of specialists in the field of archaeological wood) and with the help of students from Saxion University of Applied Sciences, a wonderful, searchable online database has been created. This database helps researchers to further trace the origin and use of barrels. In addition, the staves of an excavated wooden barrel can reveal much about the dating and origin of the wood through tree-ring analysis. Jeroen outlined the entire life cycle of a barrel: from the felling of the oak tree, through its artisanal construction by skilled craftsmen, to its use as a container for foodstuffs, and its eventual secondary use (e.g. as lining for wells and cesspits). By combining archaeological and historical sources, his research paints a vivid picture of how barrels were made, but also how they functioned in transport and trade.
In the final part of his lecture, Jeroen demonstrated that barrels and the markings on them provide important clues for identifying sunken ships. This highlights how such research can be extremely valuable for maritime archaeology. In the past, attention was often focused solely on the luxury items on board rather than the cargo. But that has now changed.
It was an inspiring afternoon that once again showed how combining archaeological finds with written sources can yield new insights into craftsmanship and trade. For the PRESERVARE team, it was a highly informative and interesting lecture that taught us more about early modern large-scale food preservation, storage, and transport.
